Juryrapport 2010

Juryrapport Willem Wilminkprijs 2010

In 1967 had de piepjonge Rob de Nijs één keer per maand, op zaterdagavond, een televisieshow met liedjes en wie geen zin in een show had kon op de andere zender kijken naar een show. Een soortgelijke maar met een piepjonge Willeke Alberti. Willem Wilmink werkte nog op de universiteit. Ik zat in het schrijversteam voor Rob de Nijs. En opeens hield de VARA, mijn werkgever, op met de show, zonder voorafgaande waarschuwing – en de schrijvers werden naar huis gestuurd, het waren maar freelancers, en ik zei thuis: ‘nu moet ik denk ik maar eens naar een loket, ... dan krijg ik misschien wel een uitkering of zo.’ Toen ik me ging melden, stond er in een lange vrij vrolijke rij voor me, met nogal veel muzikanten, je zag een man met een bas, een vioolkist. Een trompetkoffer. Ik was een schrijver en kwam dus met lege handen.

‘Wat doet u voor de kost. Wat deed u tot nog toe? vroeg de man achter het loket. - Schrijven. - (lusteloos) Ja.... -Ik schrijf. - (lusteloos) Schrijf... - Teksten....Liedjes... Liedjes voor de televisie. - ????

Ik legde het verder uit. De man bladerde wat in een boek. - Kunt u niets anders? - ..... ..Ik kan typen. Wel met maar twee vingers, .... maar erg snel.

Tekstschrijver stond niet in de lijst, en schrijver ook niet. Ik kreeg veertien gulden vijftig mee, en die moest ik teruggeven veertien dagen later. Iedereen kan wel zeggen dat hij schrijft.

Dit verhaal hoort niet in een juryrapport, maar het werpt er zo’n mooi droefgeestig licht op .

Willem Wilmink... Ik denk dat alle juryleden de ogen van Willem Wilmink wel even in hun rug gevoeld hebben tijdens het beoordelen van de liedjes. En dan moet je jezelf kalmeren, tot de orde roepen:

Kiezen we het beste lied voor kinderen dat in de Nederlandse taal tussen 2008 en 2010 ten gehore is gebracht? Nee we beoordelen de inzendingen voor een wedstrijd.

Dat waren er deze eerste keer 240 , want niet iedere liedjesschrijver had weet van wedstrijden, wilde meedoen, durfde meedoen of deed zijn inzendingen op tijd op de bus..

240 liedjes en uit alle windstreken. Liedjes uit voorstellingen voor pubers , liedjes die een verhaaltje vertelden aan kinderen van drie, liedjes die door kinderen werden gezongen, liedjes van singer/songwriters ,liedjes bestemd voor sprookjes cd’s, liedjes gezongen door personages in een toneelstuk. Het was moeilijk om ze met elkaar te vergelijken. We hebben het op de volgende manier aangepakt. Voordat we thuis gingen luisteren, lazen we eerst alle teksten. Je had teksten die onmiddellijk afvielen, teksten waar je een vraagteken bij zette, maar waar je de muziek nog van moest horen, en teksten die onmiddellijk aanspraken.

We hadden afgesproken dat er maximaal veertig kandidaten over mochten blijven na deze eerste selectie. Het werden er een dertigtal. We waren dus unaniem over wat zeker niet zou winnen.

Na een tweede selectie bleven er dertien kanshebbers over, en nog steeds waren alle juryleden het eens. Deze liedjes mochten op de CD komen en kwamen ook in een theatervoorstelling ter gelegenheid van Willem Wilminkfestival 2010.

We namen de dertien liedjes thuis nog eens door, we hadden er ruim de tijd voor en gaven ze - nu zonder elkaar te raadplegen - cijfers van een tot en met zes. Als een jurylid nu een lied een één, twee of drie gaf bedoelde hij daar alleen maar mee dat hij het wel een goed liedje vond, -het was ook door hem zelf genomineerd immers- maar absoluut niet de het winnende. Liedjes met een vier een vijf of een zes hadden dan zijn voorkeur .

Als alle juryleden een liedje een vier gaven (best goed dus) had het meer punten dan een liedje dat van twee juryleden een zes kreeg en drie anderen een twee. Maar een liedje dat van ieder jurylid een vier krijgt heeft dan wel de meeste punten maar het is ook door geen enkel jury lid als winnaar voorgedragen. Het is best goed, maar best goed is niet best... een winnaar is goed... Dat feit zorgde er voor dat we nog steeds niet klaar waren, dat de laatste vergadering langer duurde en dat er gepleit moest worden en allerlei zaken tegen elkaar moesten worden afgewogen.

En we hebben de knoop door kunnen hakken en iedereen van ons, Joukje Akveld, Sjoerd Kuyper, Trudie Lucardie, Maarten van Roozendaal en ik, Harrie Geelen is het er over eens: de liedjestekst die de Willem Wilminkprijs 2010 krijgt zegt iets over de kinderen van nu en ook over de ouders van nu, is oorspronkelijk door een typische zeer eigengereide toon. De prijs gaat naar `ONBERISPELIJK' geschreven door Ted van Lieshout. Hij krijgt als eerste het beeldje dat door de kunstenares Helga Kock am Brink omschreven wordt als ‘een geabstraheerd lintvormig figuur die een luisterende schrijver verbeeldt. De lijnvorming laat de muzikaliteit zien.’ Je kan er vanuit verschillende ooghoeken iets in herkennen, een oor, een hoofd, een hand met een pen, een gebogen schrijversrug. Het heeft- nee, het is - een swingende lijn.

De muziek ervoor is van de hand van Oene van Geel en hij krijgt een deel van de prijs en een eigen oorkonde. Mag ik Ted en Oene verzoeken op het podium te komen?